Khartoum, een stad in afwachting

8 feb

Soedan is een ingewikkeld land en Khartoum is een waardige hoofdstad.

In 1821 werd Khartoum gesticht op het punt waar de Blauwe en de Witte Nijl samenvloeien om als één hun weg naar het noorden te vervolgen. De stad ligt zowel geografisch als cultureel op de grens tussen Sub-Sahara Afrika en het Arabische Noord-Afrika. Dat is goed te zien aan de naar schatting vijf miljoen mensen die de stad bewonen: zij komen uit alle windrichtingen. Uit Darfur zijn er de Fur, uit het zuiden de Nuer en de Dinka, er zijn Nubiërs uit het noorden en Beja uit het oosten. Niet ver ten noorden van hier begint de Sahara en in het zuiden zijn er moerassen en regenwouden.

Bij aankomst op het vliegveld bemerk je een zoetige geur van warmte en droge aarde. De hele dag door is het warm (35˚C) en ’s nachts koelt het niet veel af. Het tempo op straat is dan ook laag. Veel mensen zitten langs de kant van de weg. Sommigen verkopen belkaarten, vruchten of sigaretten en anderen bewaken ommuurde huizen van rijke Soedanezen of expats. Weer anderen zitten op felkleurige plastic stoelen rustig te praten. Het verkeer is hectisch: de riksja, amjad (klein busje) en ezelkar behoren tot de meer exotische transportmogelijkheden die hun weg over de veelal onverharde wegen van de stad zoeken. Voor drie Sudanese Pond brengt een riksja je waar je heen wil, al moet je dan wel zelf in het Arabisch navigeren. Doordat zowel mijn kennis van het Arabisch als van het Khartoumse stratenplan op zijn zachtst gezegd beperkt zijn, heb ik de afgelopen week veel rondgedwaald. Gelukkig is één van de weinige gedeelde kenmerken van ‘de Soedanezen’ dat ze enorm behulpzaam en gastvrij zijn.

Moskeeën en kerken bepalen zowel het straatbeeld- als geluid. Naast het ambassadeterrein is een Ethiopische kerk waar men op zaterdag aan het einde van de middag begint met bidden om pas de volgende ochtend rond acht uur te eindigen. Mijn stellige voornemen is om eens te onderzoeken of ik een dienst bij kan wonen: het gezang en de begeleidende muziek klinken prachtig.

Op de ambassade ben ik erg goed ontvangen. In een driepersoons appartement op het ambassadeterrein heb ik een kamer die groter is dan mijn kamer in Leiden. De mensen op de ambassade zijn vriendelijk en gedreven en het werk dat ik de komende twee maanden ga verrichten vind ik ontzettend interessant. Hoofdzakelijk ga ik een onderzoek doen naar de achterban van de verschillende noordelijke politieke partijen. Daarnaast verzorg ik een wekelijkse rapportage aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken over demonstraties hier in Khartoum.

Uit het voorgaande hebben jullie waarschijnlijk opgemaakt dat het ‘zo slecht nog niet is’ in Khartoum. Dat klopt ook, maar zo goed is het nu ook weer niet: mensen hier zijn fundamenteel onvrij en het land (of binnenkort de twee landen) stormt af op een alles behalve zekere toekomst. Voordat het zuiden op 9 juli waarschijnlijk onafhankelijk wordt, moet er nog veel uitonderhandeld worden over onder meer het delen van de olie-inkomsten en de nationale schuld van $36 miljard (op een BBP van $93 miljard). Daarna volgen voor beide delen aparte uitdagingen: het zuiden begint met vrijwel niets maar zal een enorme toename in olie-inkomsten zien. Het noorden daarentegen, zal een flinke economische terugslag krijgen wanneer hun olie-inkomsten drastisch afnemen. President Al Bashir probeert te benadrukken dat de onafhankelijkheid van het zuiden een kans is: nu kan eindelijk de Shari’a goed worden ingevoerd. Maar het is de vraag of hij er in gaat slagen om in het zadel te blijven: sommigen van zijn bondgenoten vinden dat hij het zuiden te makkelijk heeft weggegeven. De VS heeft hem beloofd dat Soedan van de lijst met landen die terrorisme steunen afgehaald zal worden, maar of dat werkelijk gaat gebeuren is nog maar de vraag. Ook de oppositie roert zich en verwijst dreigend naar opstanden zoals die in Tunesië en Egypte: “dat gaat ook hier gebeuren!”. De veiligheidsdiensten draaien op volle toeren om studentenprotesten in de kiem te smoren, kranten worden verboden en oppositiepartijen geïntimideerd. Ook in de buitenlandse politiek zit Al Bashir in moeilijk vaarwater. De internationale gemeenschap wil een einde aan de crisis in Darfur en daarmee samenhangend heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag al in maart 2009 een arrestatiebevel tegen President Al Bashir uitgevaardigd.

Het zuiden heeft gekozen: 98,8% stemde voor afscheiding van het noorden en naar schatting 200.000 zuiderlingen hebben Khartoum al verlaten. Zij die een (goede) baan hier hebben, zijn veelal terughoudend dat voor een onzeker bestaan in het zuiden op te geven. Sommigen van hen wachten 9 juli af en vertrekken dan misschien alsnog. Veel ambassades zijn druk in de weer om hun consulaten in de zuidelijke hoofdstad Juba op 9 juli tot ambassades om te kunnen dopen. Zoals de twee Nijlen hier in Khartoum samenvloeien tot één rivier, zo staat het tegenovergestelde met het land Soedan te gebeuren. Of de afzonderlijke landen in staat zullen blijken de uitdagingen van de komende jaren het hoofd te bieden, zal de tijd uitwijzen.



Een nacht in Caïro

3 feb

Mijn verhaal begint in Istanbul.

Vanuit daar zou ik op 31 januari via Caïro naar Khartoum vliegen. Normaliter duurt dat 7 uur, mij kostte het anderhalve dag en daarmee had ik nog geluk.

In Istanbul had ik via CNN redelijk bijgehouden hoe de situatie in Caïro zich ontwikkelde. Mijn inschatting was dat een reis over Caïro weliswaar voor vertragingen zou kunnen zorgen, maar dat het qua veiligheid en gezondheid niet zo’n groot probleem zou zijn zolang ik me niet buiten de luchthaven begaf. Bij Turkish Airlines verzekerde men me dat er geen vuiltje aan de lucht was: alle vluchten naar Khartoum waren op schema vertrokken en toen ik vroeg naar de veiligheidssituatie vroeg een medewerkster in vlekkeloos Engels: `Arrival time? Departure?’. Ik denk niet dat ze me begreep.

Nadat ik mijn tas had ingecheckt liep ik – de goede raad van ouders en tante
ten spijt – de douane door. In de wachtruimte werd goed duidelijk dat andere mensen wel naar hun tantes en ouders geluisterd hadden: in totaal zat er een
man of dertig waarvan het merendeel Egyptisch was. De enige andere westerling was een Amerikaan die er uit zag alsof hij crisisgebieden bezocht voor ontspanning. Met een zelfverzekerde glimlach, een halflang baardje en een outfit waarin je zowel kan rennen als kan tijgeren gaf hij te kennen dat hij not worried at all was. Zijn vrienden in Caïro hadden hem verzekerd dat het totally fine was en hij greep de gelegenheid aan om mooie foto’s te maken. Niet als journalist, als liefhebberij.

De vlucht naar Caïro was in alle opzichten rustig: veel lege plekken bij het raam en terwijl de zon onderging keek ik een filmpje en at ik een redelijk goed maal. Caïro zelf lag er rustig uit, de rookwolken die ik half verwachtte bleven uit al had de avondklok wel afgedwongen dat het érg rustig op straat was. Het was pas in de aankomsthal dat ik besefte dat ik een enorme inschattingsfout gemaakt had. Ik werd begroet door tweehonderd ontheemd uitziende mensen die her en der op stukken karton voor een EgyptAir-balie lagen. Uit wat gesprekken met de gestrande reizigers bleek dat de meesten van hen naar Afrikaanse steden moesten (Asmara, Addis Abeba en Lusaka) en dat er al vier dagen geen vliegtuig die kant op gegaan was.

Schijnbaar waren de Europese vluchten relatief snel gegaan, zowel door druk van de ambassades als door de capaciteit in Europese landen om snel in te spelen op de situatie. De Duitsers hadden die dag al 1200 mensen geevacueerd met speciaal ingevlogen Lufthansa-toestellen en crews. De diplomatieke druk en organisatorische capaciteit ontbraken meer in Asmara. Ondertussen deden de medewerkers van EgyptAir iedere dag beloften die vaker niet dan wel werden nagekomen. De frustratie liep dan ook hoog op en met name de Eritreërs begonnen stampij te maken. In hun visie werd hun vertraging door niets anders dan de racistische inborst van de Egyptenaren veroorzaakt. Ze sloegen luidruchtig op de balie, scandeerde boze leuzen en vrouwen gilden in onbegrijpelijke talen. Hun woede was begrijpelijk want onder hen waren veel kleine kinderen en ouderen. En terwijl de Duty Free Shops 16 uur per dag Armani-pakken en Hugo Boss-geurtjes verkochten, waren er nergens normale producten te koop. Water en eten werden op gezette tijden uitgedeeld maar juist die dingen die je mist als je zonder koffer vijf dagen met een peuter op Caïro Airport door moet brengen, die waren nergens verkrijgbaar.

Het personeel op het vliegveld was echter ook niet te benijden. De baliemedewerkers werkten al 23 uur non-stop doordat hun collega’s uit de stad hen in verband met de avondklok vanaf drie uur ‘s middags niet af kwamen lossen. Ook de schoonmakers waren constant op de been waardoor de WC’s smetteloos schoon waren. Nieuws vanuit de stad zelf sijpelde via angstige roddels (Mubarak is neergeschoten!) en halfbegrepen Arabische nieuwszenders binnen. Een zegen was dan ook de telefoonverbinding die me in staat stelde om met Nederland, Khartoum en Caïro te bellen.

Een onrustige nacht onder TL-licht en op een halve kartonnen doos later, hoorde ik dat ook mijn vlucht geannuleerd was. Om twee uur zou de vlucht sowieso vertrekken. Mijn initiele opluchting maakte plaats voor mismoedigheid toen ik van andere reizigers hoorde dat zij dat soort beloften al dagen lang aanhoorden. De komst van twee Duitse diplomaten zorgde voor wat hoop: ze zouden vandaag weer vliegtuigen laten komen maar wisten niet hoeveel mensen aan boord zouden passen. Dit was maar één van de drie vertrekhallen en buiten het vliegveld wachtten nog veel meer mensen op een vlucht – iedere vlucht – uit het land. De Duitsers gaven ons te kennen dat we iedere kans moesten grijpen om weg te komen en alle EU-burgers lieten zich op een lijst zetten om kans te maken op een eventuele evacuatievlucht.

Inmiddels waren de Eritreërs echt boos. Vandaag hadden zij niet eens de belofte van een vliegtuig gekregen en ze besloten luidkeels te demonstreren. Er werd echt ruzie gemaakt en onmiddellijk verschenen overal cameraatjes die dan vervolgens weer door de Egyptische bewakers werden weggeduwd. Een Eritreër zei me dat ze vannacht ‘chaos zouden maken’ als ze geen vlucht kregen. Hun verzoek werd nog bemoeilijkt doordat ze niet met de Ethiopiërs (die dezelfde kant uitmoesten) samen in een toestel wilden.

Na een aantal keer vertraagd te zijn werd omgeroepen dat mijn vlucht tóch zou gaan. Datzelfde gold voor de vluchten naar Lusaka en Addis Abeba. De Eritrëers zouden nog een dag moeten wachten. Om vier uur stond ik met onderdrukt enthousiasme bij de gate klaar: het was eerder voorgekomen dat een vlucht nog werd geannuleerd nadat mensen al in het vliegtuig zaten. Godzijdank konden mijn medereizigers (een bont gezelschap van Arabieren en Afrikanen) en het vliegtuig in en vlogen we niet heel veel later met alweer een ondergaande zon uit Caïro weg.

Opluchting en geruststelling waren niet de eerste emoties die in me opkwamen wanneer ik dacht aan Khartoum. Maar toen ik hier aankwam was dat precies wat ik voelde. Een sympathieke chauffeur van de ambassade hielp me door de douane heen en bracht me door een nachtelijk en warm Khartoum naar mijn appartement op het ambassadeterrein. Dat was eergisteravond.

Snel meer indrukken vanuit Khartoum!

Soedan

23 jan

Welkom op mijn blog.

Na mijn bachelor Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit van Leiden en een stage van vijf maanden bij Instituut Clingendael, loop ik van 2 februari tot 2 april loop ik stage bij de Nederlandse ambassade in Khartoum, Soedan.

Op dit blog doe ik verslag van mijn belevenissen daar. Om privacy- en veiligheidsredenen zal ik niet te veel in detail treden over het werk dat ik doe en/of de mensen die ik ontmoet. Ik beschrijf mijn eigen ervaringen en gedachten en die zijn niet altijd representatief voor de visie van de Nederlandse ambassade.

Voor vragen en opmerkingen kun je altijd mailen naar brunojbr (at) hotmail.com of een reactie plaatsen onderaan deze pagina.

Met hartelijke groet vanuit Khartoum,
Bruno