Onbetaalbare liefde #2

25 feb

Thuis op de ambassade praat ik over het huwelijk met de bewakers.

Ze zijn erg geïnteresseerd naar liefde in Nederland: is het waar dat je in Nederland een meisje na drie maanden naar de kant van de weg kunt zetten? En kunnen homo’s in Nederland trouwen? Heb jij een vrouw en kinderen? Ik zeg voorzichtig dat ik niet getrouwd ben maar wel een vriendinnetje heb. Daar moeten ze om lachen: dat ligt in Soedan nogal ingewikkeld. Althans, naar wat ik hoor, behelst een vurige relatie hier vóór het huwelijk hooguit dat je op de boulevard langs de Nijl samen zit en stiekem – alsof per ongeluk – de hand van de ander aanraakt. Natuurlijk wordt er wel wat gerommeld maar dat gebeurt allemaal in het diepste geheim.

Wanneer ga je dan trouwen, Bruno? Lachend zeg ik dat ik daar nog even mee wacht. Eerst zou ik – insh’Allah – samen gaan wonen en dan zo tegen mijn dertigste ga ik misschien eens trouwen. Een meewarige stilte volgt. Ik vraag ze wanneer zij willen trouwen. Één van hen legt me uit dat Afrika anders werkt: je moet vroeg trouwen, of anders in ieder geval met een jong meisje. Wanneer je pas trouwt als de vrouw al dertig is, dan duurt het nog maar vijftien jaar tot de menopauze. Jong is beter, vanaf vijftien jaar moet kunnen. In uitzonderlijke gevallen schijnt twaalf aanvaardbaar te zijn. Volgens de wet is 16 de minimumleeftijd, maar die wet weerspiegelt lang niet altijd de wet van de samenleving, zeggen ze terecht: “je moet vroeg beginnen met produceren, Bruno!”. En als je vrouw niet kan ‘produceren’? Dat is een nachtmerriescenario.

Toch is geen van de jongens getrouwd. Naar eigen zeggen kunnen ze dat nog niet betalen en daar kan ik  me – met de bruiloft vers in het geheugen – iets bij voorstellen. Los van de bruiloft betalen mannen zich ook blauw aan de bruidschat, een huis en het onderhouden van een gezin. “We are born poor, we live poor and we will die poor. It’s hard”.

Een manier om de armoede te ontvluchten en om zo in sociale zin een geslaagd leven te kunnen leiden, is door lid te worden van de partij. Partijleden zouden geen inkomensbelasting betalen en de goedbetaalde baantjes toegeschoven krijgen. Een andere optie is te gaan werken voor de veiligheidsdiensten. Stel je voor dat je in een land leeft waarin een succesvol leven eigenlijk niet goed mogelijk is zonder te conformeren aan een corrupt systeem.

Hierover ga ik niet verder schrijven: dat kan hier niet. Laat ik alleen zeggen dat ik ontzettend trots ben op Nederland: onze rechters, politici en veiligheidsmensen staan niet boven de wet. Ook voor mensen buiten de regerende kliek is een plaats en valt geld te verdienen. Ongelijkheid in kansen wordt bestreden in plaats van bevorderd. In Nederland is liefde minder vaak onbetaalbaar.

Advertenties

Onbetaalbare liefde #1

25 feb

Naast een grote brug over de Nijl staat een kitscherige katholieke kerk, de grootste van Soedan.

Het is half zes en een zachte bries zorgt dat de warmte van de namiddag prettig aanvoelt. Samen met twee Nederlanders ben ik door een Soedanese collega uitgenodigd voor de trouwerij van zijn schoonzusje. Op het pleintje voor de kerk worden we hartelijk ontvangen en meegenomen naar één van de voorste bankjes. Het zit al redelijk vol, een opvallende meerderheid is vrouw en een nog opvallendere meerderheid is Zuiderling. Het bruidspaar is geboren in het zuidelijke Rumbek.

De bruid en bruidegom zien er prachtig uit en ook het publiek heeft zich uitgesloofd. Aan de andere kant van het gangpad zit een dame in een witte jurk met paarskleurige fruitborduursels. Kleine mannetjes in pak en meisjes in weelderige witte jurkjes lopen voor het bruidspaar uit. Twee uur lang verzorgen familieleden en geestelijken voordrachten. Het bruidspaar staat ingetogen aan de rand van het altaar strak van spanning één van de vele rituele handelingen verkeerd uit te voeren. Een oude bijbel, een kus en vooral héél veel hoog vrouwengegil later is het huwelijk een feit.

Het pleintje buiten de kerk is overdekt met een groot tentzijl. Honderden stoeltjes staan rond tientallen tafeltjes en vooraan staat een podium met twee troonachtige stoelen en aan weerszijden een flatscreen televisie. Een vijfkoppige band zingt zoetsappige liedjes terwijl de honderden gasten plaatsnemen en wat te eten en te drinken krijgen. Twee cameramannen lopen doorlopend rond om het geheel vast te leggen, een klein team regisseurs bepaald gelijktijdig wat er op de schermen verschijnt.

Wij zitten met de vader van de bruid aan tafel. Hij vertelt ons dat dit maar één van de vele bijeenkomsten is die het bruidspaar geacht wordt te organiseren. De buurt verwacht een diner en de voltallige familie van de bruidegom verwacht nog een apart feest. De hele familie van de bruidegom betaalt mee. Het is dan ook niet echt een huwelijk tussen twee individuen: het huwelijk wordt in heel concrete zin mede mogelijk gemaakt door de hele familie.

Draaiende derwisjen

19 feb

Met twee collega’s zit ik thee te drinken op een kerkhof.

In het goede gezelschap van twee zeventigjarige Soedanese theeverkoopsters kijken we naar een paar honderd soefies of derwisjen die zich rond een graftombe verzamelen. Het is vijf uur ’s middags, de zon is fel en de harde wind blaast Saharazand in onze gezichten. Terwijl trommels en tamboerijnen een steeds opzwepender ritme spelen, drinken wij de mierzoete thee leeg om ons bij de menigte te voegen.

De tombe is die van Sheikh Hamed al Nil (een voormalig leider van de Qadiriyya-orde) en ervoor wordt dansend gebeden. Het middelpunt van de belangstelling wordt gevormd door een tiental kleurrijke soefiepriesters. Terwijl muzikanten een ritme slaan en het publiek klapt en zingt, fungeren de priesters als een soort dirigent-ceremoniemeesters. Sommigen van de priesters dragen groen met rode gewaden en dragen staffen, kralen en hoedjes. Anderen houden het bij de witte jellabiya die in Khartoum het straatbeeld domineert.

Dhikr heet dit ritueel. Door te dansen en te zingen, komt de danser in een soort trans waarin zijn hart dichter bij Allah komt. Aan de dans zelf wordt verschillend invulling gegeven. Sommigen tollen om hun as, anderen maken een soort stoomlocomotief-achtige beweging en weer anderen lopen ritmische rondjes of staan verdwaasd op hun plek.

Terwijl de zon ondergaat op het kerkhof, slenteren drie blanken verbaasd maar gefascineerd naar hun auto. Terug naar de ambassade, terug naar nu.

Khartoum, een stad in afwachting

8 feb

Soedan is een ingewikkeld land en Khartoum is een waardige hoofdstad.

In 1821 werd Khartoum gesticht op het punt waar de Blauwe en de Witte Nijl samenvloeien om als één hun weg naar het noorden te vervolgen. De stad ligt zowel geografisch als cultureel op de grens tussen Sub-Sahara Afrika en het Arabische Noord-Afrika. Dat is goed te zien aan de naar schatting vijf miljoen mensen die de stad bewonen: zij komen uit alle windrichtingen. Uit Darfur zijn er de Fur, uit het zuiden de Nuer en de Dinka, er zijn Nubiërs uit het noorden en Beja uit het oosten. Niet ver ten noorden van hier begint de Sahara en in het zuiden zijn er moerassen en regenwouden.

Bij aankomst op het vliegveld bemerk je een zoetige geur van warmte en droge aarde. De hele dag door is het warm (35˚C) en ’s nachts koelt het niet veel af. Het tempo op straat is dan ook laag. Veel mensen zitten langs de kant van de weg. Sommigen verkopen belkaarten, vruchten of sigaretten en anderen bewaken ommuurde huizen van rijke Soedanezen of expats. Weer anderen zitten op felkleurige plastic stoelen rustig te praten. Het verkeer is hectisch: de riksja, amjad (klein busje) en ezelkar behoren tot de meer exotische transportmogelijkheden die hun weg over de veelal onverharde wegen van de stad zoeken. Voor drie Sudanese Pond brengt een riksja je waar je heen wil, al moet je dan wel zelf in het Arabisch navigeren. Doordat zowel mijn kennis van het Arabisch als van het Khartoumse stratenplan op zijn zachtst gezegd beperkt zijn, heb ik de afgelopen week veel rondgedwaald. Gelukkig is één van de weinige gedeelde kenmerken van ‘de Soedanezen’ dat ze enorm behulpzaam en gastvrij zijn.

Moskeeën en kerken bepalen zowel het straatbeeld- als geluid. Naast het ambassadeterrein is een Ethiopische kerk waar men op zaterdag aan het einde van de middag begint met bidden om pas de volgende ochtend rond acht uur te eindigen. Mijn stellige voornemen is om eens te onderzoeken of ik een dienst bij kan wonen: het gezang en de begeleidende muziek klinken prachtig.

Op de ambassade ben ik erg goed ontvangen. In een driepersoons appartement op het ambassadeterrein heb ik een kamer die groter is dan mijn kamer in Leiden. De mensen op de ambassade zijn vriendelijk en gedreven en het werk dat ik de komende twee maanden ga verrichten vind ik ontzettend interessant. Hoofdzakelijk ga ik een onderzoek doen naar de achterban van de verschillende noordelijke politieke partijen. Daarnaast verzorg ik een wekelijkse rapportage aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken over demonstraties hier in Khartoum.

Uit het voorgaande hebben jullie waarschijnlijk opgemaakt dat het ‘zo slecht nog niet is’ in Khartoum. Dat klopt ook, maar zo goed is het nu ook weer niet: mensen hier zijn fundamenteel onvrij en het land (of binnenkort de twee landen) stormt af op een alles behalve zekere toekomst. Voordat het zuiden op 9 juli waarschijnlijk onafhankelijk wordt, moet er nog veel uitonderhandeld worden over onder meer het delen van de olie-inkomsten en de nationale schuld van $36 miljard (op een BBP van $93 miljard). Daarna volgen voor beide delen aparte uitdagingen: het zuiden begint met vrijwel niets maar zal een enorme toename in olie-inkomsten zien. Het noorden daarentegen, zal een flinke economische terugslag krijgen wanneer hun olie-inkomsten drastisch afnemen. President Al Bashir probeert te benadrukken dat de onafhankelijkheid van het zuiden een kans is: nu kan eindelijk de Shari’a goed worden ingevoerd. Maar het is de vraag of hij er in gaat slagen om in het zadel te blijven: sommigen van zijn bondgenoten vinden dat hij het zuiden te makkelijk heeft weggegeven. De VS heeft hem beloofd dat Soedan van de lijst met landen die terrorisme steunen afgehaald zal worden, maar of dat werkelijk gaat gebeuren is nog maar de vraag. Ook de oppositie roert zich en verwijst dreigend naar opstanden zoals die in Tunesië en Egypte: “dat gaat ook hier gebeuren!”. De veiligheidsdiensten draaien op volle toeren om studentenprotesten in de kiem te smoren, kranten worden verboden en oppositiepartijen geïntimideerd. Ook in de buitenlandse politiek zit Al Bashir in moeilijk vaarwater. De internationale gemeenschap wil een einde aan de crisis in Darfur en daarmee samenhangend heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag al in maart 2009 een arrestatiebevel tegen President Al Bashir uitgevaardigd.

Het zuiden heeft gekozen: 98,8% stemde voor afscheiding van het noorden en naar schatting 200.000 zuiderlingen hebben Khartoum al verlaten. Zij die een (goede) baan hier hebben, zijn veelal terughoudend dat voor een onzeker bestaan in het zuiden op te geven. Sommigen van hen wachten 9 juli af en vertrekken dan misschien alsnog. Veel ambassades zijn druk in de weer om hun consulaten in de zuidelijke hoofdstad Juba op 9 juli tot ambassades om te kunnen dopen. Zoals de twee Nijlen hier in Khartoum samenvloeien tot één rivier, zo staat het tegenovergestelde met het land Soedan te gebeuren. Of de afzonderlijke landen in staat zullen blijken de uitdagingen van de komende jaren het hoofd te bieden, zal de tijd uitwijzen.



Een nacht in Caïro

3 feb

Mijn verhaal begint in Istanbul.

Vanuit daar zou ik op 31 januari via Caïro naar Khartoum vliegen. Normaliter duurt dat 7 uur, mij kostte het anderhalve dag en daarmee had ik nog geluk.

In Istanbul had ik via CNN redelijk bijgehouden hoe de situatie in Caïro zich ontwikkelde. Mijn inschatting was dat een reis over Caïro weliswaar voor vertragingen zou kunnen zorgen, maar dat het qua veiligheid en gezondheid niet zo’n groot probleem zou zijn zolang ik me niet buiten de luchthaven begaf. Bij Turkish Airlines verzekerde men me dat er geen vuiltje aan de lucht was: alle vluchten naar Khartoum waren op schema vertrokken en toen ik vroeg naar de veiligheidssituatie vroeg een medewerkster in vlekkeloos Engels: `Arrival time? Departure?’. Ik denk niet dat ze me begreep.

Nadat ik mijn tas had ingecheckt liep ik – de goede raad van ouders en tante
ten spijt – de douane door. In de wachtruimte werd goed duidelijk dat andere mensen wel naar hun tantes en ouders geluisterd hadden: in totaal zat er een
man of dertig waarvan het merendeel Egyptisch was. De enige andere westerling was een Amerikaan die er uit zag alsof hij crisisgebieden bezocht voor ontspanning. Met een zelfverzekerde glimlach, een halflang baardje en een outfit waarin je zowel kan rennen als kan tijgeren gaf hij te kennen dat hij not worried at all was. Zijn vrienden in Caïro hadden hem verzekerd dat het totally fine was en hij greep de gelegenheid aan om mooie foto’s te maken. Niet als journalist, als liefhebberij.

De vlucht naar Caïro was in alle opzichten rustig: veel lege plekken bij het raam en terwijl de zon onderging keek ik een filmpje en at ik een redelijk goed maal. Caïro zelf lag er rustig uit, de rookwolken die ik half verwachtte bleven uit al had de avondklok wel afgedwongen dat het érg rustig op straat was. Het was pas in de aankomsthal dat ik besefte dat ik een enorme inschattingsfout gemaakt had. Ik werd begroet door tweehonderd ontheemd uitziende mensen die her en der op stukken karton voor een EgyptAir-balie lagen. Uit wat gesprekken met de gestrande reizigers bleek dat de meesten van hen naar Afrikaanse steden moesten (Asmara, Addis Abeba en Lusaka) en dat er al vier dagen geen vliegtuig die kant op gegaan was.

Schijnbaar waren de Europese vluchten relatief snel gegaan, zowel door druk van de ambassades als door de capaciteit in Europese landen om snel in te spelen op de situatie. De Duitsers hadden die dag al 1200 mensen geevacueerd met speciaal ingevlogen Lufthansa-toestellen en crews. De diplomatieke druk en organisatorische capaciteit ontbraken meer in Asmara. Ondertussen deden de medewerkers van EgyptAir iedere dag beloften die vaker niet dan wel werden nagekomen. De frustratie liep dan ook hoog op en met name de Eritreërs begonnen stampij te maken. In hun visie werd hun vertraging door niets anders dan de racistische inborst van de Egyptenaren veroorzaakt. Ze sloegen luidruchtig op de balie, scandeerde boze leuzen en vrouwen gilden in onbegrijpelijke talen. Hun woede was begrijpelijk want onder hen waren veel kleine kinderen en ouderen. En terwijl de Duty Free Shops 16 uur per dag Armani-pakken en Hugo Boss-geurtjes verkochten, waren er nergens normale producten te koop. Water en eten werden op gezette tijden uitgedeeld maar juist die dingen die je mist als je zonder koffer vijf dagen met een peuter op Caïro Airport door moet brengen, die waren nergens verkrijgbaar.

Het personeel op het vliegveld was echter ook niet te benijden. De baliemedewerkers werkten al 23 uur non-stop doordat hun collega’s uit de stad hen in verband met de avondklok vanaf drie uur ‘s middags niet af kwamen lossen. Ook de schoonmakers waren constant op de been waardoor de WC’s smetteloos schoon waren. Nieuws vanuit de stad zelf sijpelde via angstige roddels (Mubarak is neergeschoten!) en halfbegrepen Arabische nieuwszenders binnen. Een zegen was dan ook de telefoonverbinding die me in staat stelde om met Nederland, Khartoum en Caïro te bellen.

Een onrustige nacht onder TL-licht en op een halve kartonnen doos later, hoorde ik dat ook mijn vlucht geannuleerd was. Om twee uur zou de vlucht sowieso vertrekken. Mijn initiele opluchting maakte plaats voor mismoedigheid toen ik van andere reizigers hoorde dat zij dat soort beloften al dagen lang aanhoorden. De komst van twee Duitse diplomaten zorgde voor wat hoop: ze zouden vandaag weer vliegtuigen laten komen maar wisten niet hoeveel mensen aan boord zouden passen. Dit was maar één van de drie vertrekhallen en buiten het vliegveld wachtten nog veel meer mensen op een vlucht – iedere vlucht – uit het land. De Duitsers gaven ons te kennen dat we iedere kans moesten grijpen om weg te komen en alle EU-burgers lieten zich op een lijst zetten om kans te maken op een eventuele evacuatievlucht.

Inmiddels waren de Eritreërs echt boos. Vandaag hadden zij niet eens de belofte van een vliegtuig gekregen en ze besloten luidkeels te demonstreren. Er werd echt ruzie gemaakt en onmiddellijk verschenen overal cameraatjes die dan vervolgens weer door de Egyptische bewakers werden weggeduwd. Een Eritreër zei me dat ze vannacht ‘chaos zouden maken’ als ze geen vlucht kregen. Hun verzoek werd nog bemoeilijkt doordat ze niet met de Ethiopiërs (die dezelfde kant uitmoesten) samen in een toestel wilden.

Na een aantal keer vertraagd te zijn werd omgeroepen dat mijn vlucht tóch zou gaan. Datzelfde gold voor de vluchten naar Lusaka en Addis Abeba. De Eritrëers zouden nog een dag moeten wachten. Om vier uur stond ik met onderdrukt enthousiasme bij de gate klaar: het was eerder voorgekomen dat een vlucht nog werd geannuleerd nadat mensen al in het vliegtuig zaten. Godzijdank konden mijn medereizigers (een bont gezelschap van Arabieren en Afrikanen) en het vliegtuig in en vlogen we niet heel veel later met alweer een ondergaande zon uit Caïro weg.

Opluchting en geruststelling waren niet de eerste emoties die in me opkwamen wanneer ik dacht aan Khartoum. Maar toen ik hier aankwam was dat precies wat ik voelde. Een sympathieke chauffeur van de ambassade hielp me door de douane heen en bracht me door een nachtelijk en warm Khartoum naar mijn appartement op het ambassadeterrein. Dat was eergisteravond.

Snel meer indrukken vanuit Khartoum!

Soedan

23 jan

Welkom op mijn blog.

Na mijn bachelor Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit van Leiden en een stage van vijf maanden bij Instituut Clingendael, loop ik van 2 februari tot 2 april loop ik stage bij de Nederlandse ambassade in Khartoum, Soedan.

Op dit blog doe ik verslag van mijn belevenissen daar. Om privacy- en veiligheidsredenen zal ik niet te veel in detail treden over het werk dat ik doe en/of de mensen die ik ontmoet. Ik beschrijf mijn eigen ervaringen en gedachten en die zijn niet altijd representatief voor de visie van de Nederlandse ambassade.

Voor vragen en opmerkingen kun je altijd mailen naar brunojbr (at) hotmail.com of een reactie plaatsen onderaan deze pagina.

Met hartelijke groet vanuit Khartoum,
Bruno