#2 Beja, Kassala en vrouwenrechten

15 mei

De jongens van de cafetaria helpen ons aan een lift. Chauffeur Ali rijdt een enorme truck naar Port Soedan, wij liften mee tot Atbara. Vanaf daar missen we de volgende dag de bus naar Kassala. Men zegt ons een dag te wachten, maar we besluiten om een bus naar Haiya te nemen, wat op de kaart een stad lijkt, om vanaf daar op een bus naar Kassala te hopen. Tot onze schrik blijkt Haiya weinig meer te zijn dan een rotonde met een tankstation en een wegrestaurant. Lisa en ik stappen met lichte tegenzin de bus uit en hopen op het beste. Nadat we zo veel mogelijk mensen hebben gevraagd ons te waarschuwen wanneer er een voertuig – ieder voertuig – naar Kassala gaat, gaan we met een liftbordje bij het tankstation zitten. Veel sneller dan verwacht hebben we geluk: een afgeragde stadsbus vol Beja-mannen zal de acht uur naar Kassala rijden. Zij dragen kammen in hun lange kroeshaar, een djelabia-met-gilletje, een zwaard en een boemerang-achtige stok. De bus komt langzaam maar zeker in beweging en we zigzaggen over de slechte weg naar het zuiden. Het landschap verandert van rotswoestijn naar meer begroeide vlakte.

Verkoper: "Dit is een héle goede, je slaat er zo iemand's hoofd mee af!"Af en toe komen we door dorpjes met een tiental kleien huizen en leren tenten, maar overwegend is er niets. Soms knipt één van de passagiers in zijn vingers – het teken uit te willen stappen – om vervolgens trefzeker de leegte in te lopen. Met het vallen van de avond verschijnen hier en daar lichtpuntjes van kampvuurtjes in het niets. Er leven hier mensen. Dat heeft ook mobiele telefoonmaatschappij Zain door, om de zoveel kilometer staat een gigantisch reclamebord.

Uit het niets verschijnt tegen een uur of tien het licht van Kassala aan de horizon. Geen hotel wil ons onderdak bieden: we hebben nog geen registratiebewijs van de lokale veiligheidsdienst. Gelukkig kennen we via-via een Zweeds meisje dat hier lesgeeft, Lykke. Lisa kan bij de vrouwelijke leraressen slapen, en ik mag bij een mannelijke collega logeren. Ömer biedt me zijn bed aan, hij gaat zelf buiten liggen. De volgende dag verkennen we de markt, de Khatmiyya-moskee en probeer ik een zwaard van een Beja te kopen.

Kassala is een geliefde bestemming voor bruidsparen. Met zonsondergang gaan Lisa, Lykke en ik naar een grote rots aan de voet van de bergkam die op Kassala uitkijkt. Behalve geiten en kleurrijke agames, klauteren vooral veel pronkgrage stelletjes over de rotsen. Zonder uitzondering draagt het meisje een flinke laag make-up, kleurrijke kleding en vooral hele hoge hakken. Dat vergemakkelijkt het geklauter niet, maar stelt de jongens wel in staat steeds als reddende held op te treden, wanneer zij weer onderuit dreigt te gaan. Één stel valt op doordat het één man met vier vrouwen is. De vrouwen hebben allen een gelijksoortige burka aan waardoor we even vermoeden dat het hier om een huwelijkstripje met zijn vijven gaat.

Tot vier vrouwen trouwen is in Soedan goed mogelijk – want conform Islam. Het is vooral bij de oudere (rurale) generaties mannen het ideaal om meerdere vrouwen te hebben. Neemt niet weg dat er veel en vakkundig geslijmd wordt. Ik ben in geen land geweest waar zoetsappigere liedteksten of talrijkere romantische geschenkenwinkels waren. Het komt vreemd op mij over. Vooral omdat de vrouw sociaal,  economisch en zelfs juridisch achtergesteld is. Vrouwen worden geacht een hoofddoek zo niet burka te dragen: “omdat de man anders niet in staat zou kunnen zijn om zijn natuurlijke drift te beheersen”. Veel van de onderdrukking gebeurt onder het mom van bescherming. Een goede vader/broer/echtgenoot zorgt ervoor dat zijn dochter/zus/vrouw niet alleen over straat hoeft, anders zou zij in de war kunnen raken of aangerand kunnen worden. Is dat liefde? Wij drieën leveren onze bescheiden bijdrage aan de emancipatie van de vrouw door waterpijp te roken, vrouwen worden niet geacht dat te doen en we hebben dan ook een kring giechelende bewonderaars.

Wanneer we ’s avonds wat gaan eten, lopen we een stel ongure Oekraïense piloten tegen het lijf. Zij vliegen de Ilyushin II-76, een enorm Russisch vrachtvliegtuig. Morgen brengen ze een vracht kamelen van Khartoum naar Sharya. Bij mij gaan bellen rinkelen: de Oekraïense wapenhandelaar Viktor Bout werkte met een vloot Ilyushin II-76’s en Antonovs vanuit Sharya om wapens over het Afrikaanse continent te verspreiden. Deze mannen zouden best eens banden kunnen hebben met de man over wie het boek Merchant of Death en de film Lord of War gemaakt zijn. Ik probeer subtiel wat informatie los te krijgen, maar de mannen hebben vooral oog voor de meisjes en hun fles wodka.

Na een goede nacht nemen Lisa en ik in alle vroegte de bus terug naar huis, Khartoum. Terwijl de bus over de woestijnweg raast, worden afwisselend Soedanese muziekfilmpjes en Amerikaanse en Hongkongse vechtfilms vertoond. Tijdens de zeven uur durende rit worden onze papieren vijf keer door veiligheidsagenten gecontroleerd. Vermoeid maar vol indrukken komen wij thuis, blij wat meer van het land gezien te hebben.

Advertenties

#1 Piramides

15 mei

Lisa en ik ontbijten in de luwte van een koningsgraf.

Nadat we gisteren in Shendi onder Koptische gastvrijheid waren bedolven, hebben we een bus genomen richting het noorden. Drie kilometer vóór de piramides stapten we uit de bus de leegte in. Ons plan was om naast de piramides onze tent op te zetten, maar de zon ging onder terwijl we halverwege waren. Onder de imposante sterrenhemel vonden we een kleine cafetaria waar truckers stoppen voor een maaltijd ful, een kop koffie of wat water uit een geitenhuiden waterzak. We mochten er onze tent opzetten.

Voor een TV’tje ligt een man van een jaar of veertig lui op een matras. De cafetaria wordt gerund door vier jonge jongens. Via een schotel kijken ze naar Barçelona – Osasuna. De duisternis strekt zich verder uit dan het oog zien kan, geen ander licht brandt in de leegte. Één van de jongens heeft een lichtere huid en wordt dan ook ‘Abdallah Al Khawadjah’ genoemd, Abdallah de Blanke. De oudste van het stel heeft internet op zijn mobieltje en laat voegt me toe op Facebook. Hij heeft accounting gestudeerd in Khartoum en wil net als veel andere jongeren graag naar Europa. Vooralsnog werkt hij hier in de cafetaria van zijn oom, de man op het matras die inmiddels loom overeind is gekomen en zich bij het gesprek aansluit. Zodra Lisa vertelt dat ze geneeskunde studeert, vertelt de oom hoestend van zijn slechte gezondheid. Hij rookt veel en drinkt. Lisa zegt dat hij daarmee moet stoppen, hij lacht schuldbewust maar lijkt niet van zins gezonder te zullen leven.

De volgende morgen vroeg werpt de zon lange schaduwen over het woestijnige steppelandschap. Lisa en ik liften met een truck de twee kilometer naar de piramides en lopen het laatste stuk nu de temperatuur nog enigszins dragelijk is. Langs de weg ligt een dode dromedaris, even verderop komen twee levende exemplaren ons tegemoet rijden. We betalen voor een ritje en deinen rustig de piramides tegemoet.

In de hoogtijdagen van het Nubische rijk Kush zijn deze koningsgraven aangelegd. Destijds – zo’n 2500 jaar geleden – was het hier minder droog en was er genoeg wild om een stad te voeden.  Nu is de omgeving verlaten. Er is alleen nog een klein dorpje dat dichter bij de Nijl ligt, waar een kleine honderd kleien huizen nog steeds de naam van de oude stad dragen. Een Britse schatgraver heeft een eeuw geleden de toppen van de meeste piramides afgeslagen.

Lisa en ik slenteren wat rond de piramides. Op een groepje Spanjaarden na is er niemand anders. Sommige piramides kun je nog binnengaan om hiërogliefen en ‘Frits-was-hier-1999’-krassen te bewonderen. We kiezen een mooie piramide uit en ontbijten op de onderste laag stenen met wat koekjes, appels en water.

TedXKhartoum: Speakers’ Corner aan de Nijl

30 apr

Op een stoffige vlakte in Khartoum staat een gigantische witte tent.

Daarbinnen staat een man in een djellabia op een helverlicht podium. Hij kijkt uit over een publiek van 1200 – meestal jongere – Soedanezen en een handvol buitenlanders. Ik zit vooraan en luister geboeid naar de gelijktijdige vertaling door mijn hoofdtelefoon. De man is Rashid Diab. Hij is kunstenaar en heeft hier in Khartoum een artistiek centrum  gebouwd met lokale hergebruikte materialen, veel groen en zonlicht. Het is een plek waar tentoonstellingen en workshops gehouden worden. Ook heeft hij een hoek van zijn tuin ingericht voor discussies en waar hij volledige verantwoordelijkheid neemt voor alles dat door gasten gezegd wordt: Hyde Park’s Speakers’ Corner aan de Nijl. Zijn betoog voor meer aandacht en liefde voor de culturele rijkdom en capaciteit van Soedan, is een subtiele aanklacht tegen het gebrek aan investeringen in de sector. Diab staat er op Arabisch te spreken en lijkt een zeker gevoel van nationalisme te hebben dat in de rest van de samenleving zo overdonderend afwezig is.

Diab is één van de vele sprekers van TedXKhartoum: een lokaal georganiseerde variant van de grote TED-conferenties zoals die in de VS ontstaan zijn. In achttien minuten vertellen sprekers over het idee dat hen drijft. Het zijn ideeën die het waard zijn te verspreiden. Er zowel over technologische als sociale innovatie gesproken en het publiek luistert aandachtig. De conferentie is georganiseerd door een groot team van vrijwilligers, vandaag te herkennen aan hun rode hoofddoeken. 

Een hoogtepunt is zonder meer de video van Chimamanda Adichie,  een Nigeriaanse schrijfster die waarschuwt voor het gevaar van ‘een enkel verhaal’. Ze beschrijft hoe eenzijdige berichtgeving ervoor zorgt dat mensen wereldwijd van elkaar vervreemd raken. Doordat wij in Nederland alleen over Afrikaanse landen lezen wanneer er hongersnood of oorlog woedt, zien wij hen als: “onbegrijpelijke mensen, vechtend in zinloze oorlogen, stervend van armoede en AIDS, niet bij machte voor zichzelf te spreken en wachtende op de redding van een vriendelijke blanke vreemde.” Wij weten niet van hun kracht en dromen. Zoals Joris Luyendijk het in een interview met the Guardian zei: conventionele media berichten over de uitzondering op de regel. Maar wanneer dat lang genoeg gebeurt, gaat men de uitzondering voor de regel aanzien. Het gevaar van stereotyperen is volgens Adichie niet alleen dat ze vaak niet kloppen: ze bedreigen ook de waardigheid van het individu. De hoeveelheid en het type verhalen dat verteld wordt over een volk (her)schept het idee dat over hen heerst.

Het is pauze. Ik praat na met wat Soedanese studenten en ze zijn allen geïnspireerd: ideeën kunnen de wereld over reizen en mensen verbinden, onafhankelijk van land, religie of etniciteit. Een jonge dichter genaamd Tayeb, zegt me: ‘we kunnen en moeten gebruik maken van nieuwe media om stereotypen te bestrijden en te profiteren van elkaars wijsheid en schoonheid’. Terwijl de pauze afloopt en de zaal weer volstroomt wisselen we Facebookgegevens uit: ‘kom snel eens wat arak drinken, anders mist je het beste van Soedan’, fluistert hij me toe.

Het land van melk en honing?

4 apr

De regen roffelt op het dak van mijn container. 

Het is het soort oorverdovend lawaai dat rustgevend werkt en ik slaap als een roos. Ik ben in Juba en gisteren teruggekomen van een veldbezoek aan provinciehoofdstad Torit.

Vanuit Khartoum naar Juba vliegend, zat ik anderhalf uur lang met mijn neus tegen het raam gedrukt. Onder mij zag ik het landschap veranderen van woestijn naar savanne. Men zegt dat een binnenlandse vlucht tussen de twee hoofdsteden eigenlijk een reis tussen werelddelen is: Juba geldt als Afrika terwijl Khartoum gezien wordt als het Midden-Oosten. Ons gezelschap bestaat uit vertegenwoordigers van diverse ambassades en een aantal mensen van het United Nations Development Programme (UNDP). Vanuit Juba reden over een hobbelige weg naar Torit voor een veldbezoek. We ontmoetten bestuurders en andere ‘lokale partners’ om de resultaten te bekijken van een aantal VN-projecten die bestuur en rechtstaat op lokaal niveau proberen te versterken. We hebben interessante gesprekken over de gemaakte vooruitgang en de uitdagingen in het verschiet.

Een maand geleden sprak ik in een kamp met Zuiderlingen in het Noorden een vrouw die aanstekende gospels zong. Al maanden wachtend op een bus naar het Zuidelijke Wau, zong zij over de terugkeer naar het land van melk en honing. Zonder al te veel in detail te treden, wil ik drie dimensies noemen waarvan ik denk dat ze het Zuid-Soedan na onafhankelijkheid moeilijk gaan maken om de droom van de terugkerenden waar te maken. Politiek, bestuurlijk en economisch.

Ten eerste, de regerende partij – de Sudanese People’s Liberation Movement – was tot voor kort een rebellenbeweging en hun leiders hebben hun sporen in veel gevallen tijdens de burgeroorlog verdiend. Zij zijn bekwaam en vooral loyaal gebleken als militair rebellenleider. Schrijver Mark Twain zei eens: ‘To a man with a hammer, every problem looks like a nail’. Een té zeer veiligheidsgeoriënteerde insteek heeft als risico de veiligheid van de staat boven de veiligheid en het welzijn van de burgers te stellen. De nadruk op loyaliteit boven andere kwaliteiten is begrijpelijk maar behoort tot de sociale gedragingen die wij in het Westen als corruptie classificeren. Een aanverwant risico is dat loyaliteit gezocht wordt langs de lijnen van een stam. Door sommigen wordt de SPLM gezien als te zeer Dinka-gedomineerd.

Ten tweede, Zuid-Soedan is erg dunbevolkt. Ongeveer 8 miljoen mensen wonen verspreid over een gebied dat zo’n 16 keer groter is dan Nederland. Wegen zijn goeddeels afwezig en wapens zijn er in overvloed. Dat compliceert zowel economische ontwikkeling als effectieve overheidscontrole van afgelegen gebieden. Twee manieren om met hiermee om te gaan, zijn het inrichten van een formeel federaal systeem dat veel autonomie bij de regio’s legt en/of het in stand brengen/houden van een informeel neo-patrimoniaal netwerk. De Zuid-Soedanese overheid lijkt haar pijlen gezet te hebben op formele decentralisatie maar of dat qua kosten en capaciteit realistisch is moet nog blijken.

Ten derde, in Zuid-Soedan is veel geld maar weinig economische activiteit en is de welvaart ongelijk verdeeld. Tachtig procent van de Soedanese olie ligt in het Zuiden. De afgelopen jaren heeft het Zuiden minder dan de helft van die olie-inkomsten gekregen. Toch was olie goed 98% van de exportwaarde. Na de afscheiding op 9 juli zullen de olie-inkomsten voor het Zuiden naar verwachting enorm stijgen. De zogenaamde ‘Dutch Disease’ ligt op de loer wanneer Zuid-Soedan niet zorgvuldig met de olie-inkomsten omspringt en haar economie diversifieert.

Wanneer ik wakker word, schijnt de zon zijn warme stralen door mijn raam. De regen is uitgeroffeld, al drupt het water nog na door het lekke dak van mijn badkamer. Ik bedenk me dat veel mensen – inclusief ikzelf – een half jaar geleden sceptisch waren over een vredig en voorspoedig verloop van het onafhankelijkheidsreferendum. Zuid-Soedan heeft de sceptici toen ongelijk bewezen.  Ik hoop opnieuw te sceptisch te blijken.

Orwell in Omdurman

12 mrt

‘Mijn excuses, mag ik vragen wat u in Soedan komt doen?’

Tegen het felle zonlicht in kijk ik in het gezicht van een jonge Soedanees. Met Volkert (collega en huisgenoot) ben ik op de markt in Omdurman, de tweelingstad van Khartoum aan de westzijde van de Nijl. De markt is in feite een wijk waar alle straatjes buiten gebedstijd bevolkt worden door handelaars met hun kraampjes. Ik sta buiten een boekwinkeltje het straatbeeld in mij op te nemen als de jongen me voorzichtig benadert.

‘Bent u misschien Engels?’

De jongen heeft een vriendelijk en schrander gezicht en draagt een rond brilletje. Zo’n brilletje dat een passie voor boeken doet vermoeden. Ik vertel hem dat we Nederlands zijn en voor de Nederlandse ambassade werken.

‘Ik studeer Engels hier aan Nijl Universiteit (Al-Neelain University). Engels is mijn passie, lezen is als ademen. Ik geloof dat mijn hart zou ophouden te kloppen als ik geen boeken had om te lezen.’ Hij straalt van enthousiasme en strooit met superlatieven. Ik heb het gevoel dat hij meent wat hij zegt en vraag hem of hij een lievelingsboek heeft.

`Animal Farm van George Orwell,’ zegt hij. ‘Orwell had een diepgaand begrip van wereldpolitiek. Hij voorzag de valkuilen van het communisme en voorspelde dat dat systeem zou vallen lang voordat het in werkelijkheid gebeurde.’ Het stemt me hoopvol dat sommige literatuur wereldwijd gewaardeerd wordt. Één van mijn lievelingsboeken, 1984 van Orwell, moest hij nog lezen. Het regime in Soedan doet me regelmatig denken aan dat van Oceanië in 1984. De partij heeft alle lagen van de samenleving gemonopoliseerd en de veiligheidsdiensten zijn overal. Voorzichtig daarop aansturend vraag ik hem wat Orwell zou zeggen als hij vandaag nog in leven zou zijn.

`Hij zou de hypocrisie van de VS bekritiseren. Zij hebben hun mond vol van mensenrechten, vrijheid en democratie. Ondertussen vallen ze landen binnen onder valse voorwendselen en bedrijven ze realpolitik zoals alle andere regimes. Ze leggen Derde Wereldlanden op dat ze zich aan internationaal recht moeten houden maar lappen diezelfde regels zelf aan hun laars.’ Een beetje verbaasd knik ik nadenkend.

‘Heb je het werk van Tayeb Salih gelezen?’ vraagt hij me gretig. Hij is verbaasd en licht teleurgesteld  als ik toegeef dat die naam me niet zoveel zegt. `Hij is de Orwell, de Dickens van Soedan! Toen ik zijn Season of Migration to the North las, herkende ik mijzelf,’ vertelt hij bevlogen. ‘Het is hem gelukt om de geest van Soedan in dat verhaal vast te leggen. Mijn kopie heb ik net uitgeleend. Je kunt hem lenen zodra ik hem terugheb?’ Door zijn aanprijzingen geprikkeld, vraag ik het de jongen die de boekhandel beheert: hij heeft een kopie voor 1,25 wat ik een hele schappelijke prijs vind voor een kijkje in de Soedanese geest.

‘Mag ik u misschien mijn telefoonnummer geven? Dan kunt u mij bellen. Ik zou u graag helpen om de stad te leren kennen. Mijn naam is Mohammed Suleman. Ik kom uit Sennar.’ We wisselen nummers uit en nemen hartelijk afscheid. Zo snel als hij verschenen was, zo snel is hij nu ook weer verdwenen. Volkert en ik lopen de markt op. Er liggen kleren met Westerse merken van Chinese makelij en dadels, noten en vers fruit hier uit de regio. De TV’s in eettentjes staan veelal op Al Jazeera waar beelden uit Libië en Japan elkaar afwisselen. De ogen van een meisje in een boerka glimlachen naar ons. Ik vraag me af wat Orwell in deze turbulente tijden voor boeken geschreven had.

Meisjes versieren voor beginners

6 mrt

Mijn vorige verhaal ging over onhaalbare liefde. Dit verhaal gaat over de haalbare liefde.

Belangrijk is het om te benadrukken dat mijn vorige verhaal gebaseerd was op de situatie van islamitische jongens uit Khartoum. Vanavond sprak ik met twee christelijke jongens uit het zuiden: Paul, een Bari uit Eastern Equatoria State, en Daniel een Shilluk uit Upper Nile State. Na een studentenbijeenkomst raakten we aan de praat en ze vroegen of ik mee wilde naar het afstuderen van een van hun vrienden. Nieuwsgierig naar het Khartoumse studentenleven sloot ik me bij hen aan. De feestlocatie bleek een soort amfitheater genaamd ‘de Officiersclub’. Een aantal officieren heeft het laten bouwen en verhuurt het nu voor feesten en partijen. Terwijl een imam de bijeenkomst opende met een gebed, stroomden mannen en vrouwen door verschillende ingangen naar de twee afgescheiden delen van het amfitheater. De vrouwen zaten onder, de mannen zaten boven. Daartussen stond een roestig maar doeltreffend hek.

Versieren dus, hoe doe je dat?

Tot groot genoegen van de jongens is die scheiding tussen vrouwen en mannen bij Zuiderlingen minder strikt: `Noorderlingen hebben veelal binnenshuis een vrouwen- en een mannendeel, dat hebben wij niet. Ook studeren wij gemengd.’ Als je dan een meisje leuk vindt, zijn er verschillende strategieën. Veel jongens geven er de voorkeur aan om het meisje eerst een tijdje aan te staren. Als ze het oogcontact ook opzoekt dan weet je dat je tot de volgende stap over kunt gaan. De volgende stap, vertelt Paul glunderend, is het regelen van haar nummer. Je gaat naar haar toe en vraagt meteen haar nummer. Als dat lukt en je haar nummer hebt, dan is de klus geklaard. Veel jongens zijn namelijk verlegen en vinden het moeilijk om een meisje tête-à-tête de delicate waarheid te zeggen. Aan de telefoon durven ze alles te zeggen. Dapperdere jongens gebruiken een andere – meer gedurfde – strategie voor het maken van een eerste afspraakje: zij nodigen het meisje direct uit voor een maaltijd. Tijdens het eerste gesprek zal het meisje door te glimlachen aangeven dat ze geïnteresseerd is. De Nederlandse ‘deed het pijn .. toen je uit de hemel kwam vallen’-strategie heb ik onder geschaterlach geïntroduceerd. Ik hoop dat ze er hun voordeel mee doen!

Als het meisje je vriendinnetje wordt, en je serieus overweegt de toekomst met haar te bestormen, dan kun je haar meenemen naar je ouders’ huis. Eerst praat je apart met haar en dan gaan jullie samen bij pa en ma op audiëntie. Je ouders zullen dan vragen wie haar ouders zijn. Op die manier wordt voorkomen dat ze binnen vijf generaties verwant is, dan kan het hele feest namelijk niet doorgaan. Wanneer het meisje dan weer weggebracht is, zullen de ouders subtiel maar vastberaden laten weten of ze het meisje zien zitten. De jongen moet zich niet bij de ouders van het meisje vertonen tenzij het is om haar hand te vragen.

Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Morgen ga ik naar de openingsavond van een week vol feesten en bijeenkomsten bij vrouwenuniversiteit Ahfad. Toch schijnt het bij publieke bijeenkomsten van Ahfad te krioelen van de jonge mannen: die komen voor de meisjes. Het lijkt wel een Leidsch psychologiefeestje! Ook Paul en Daniel zullen – overhemd gestreken, haren in het gareel, tanden goed gepoetst – van de partij zijn om te glimlachen en te staren naar de slimste meisjes van het land.

Dekzijl en huisraad

2 mrt

Het is zaterdag en ik bevind me bij toeval in een Toyota Hilux in het gezelschap van een Libanese pater en een viertal Soedanese verplegers.

Deze ochtend had ik een gesprek met een Nederlandse pater . Terwijl ik naar de bushalte liep, was de Libanese pater Louis gestopt: ‘Ga je mee naar Mayo, een vluchtelingenkamp buiten Khartoum?’. Met vijf uur tot mijn volgende afspraak en een goed gevoel bij de pater en de verplegers stap ik in. Dit type Toyota is beroemd in deze streken, zie dit fragment uit Top Gear en je begrijpt waarom: Top Gear probeert een Toyota Hilux te vernielen.

De uitgestrekte stad trekt aan onze ogen voorbij, een half uur lang schieten we langs marktjes, industrieterreinen en dorre, lege stukken land. We minderen vaart en rijden de laatste honderd meter stapvoets over een hobbelig terrein, dan zijn we er. Tussen twee stoffige wegen en een kale vlakte in, staan hutten opgerukt uit huisraad en dekzijl. De zon staat hoog, het is heet en de wind brengt stof van over de vlakte mee.

De mensen die zich hier verzameld hebben, willen naar het zuidelijke Wau. Ze komen uit verschillende delen van Noord-Soedan en hebben inmiddels twee maanden op deze plek gewacht tot een bus ze mee komt nemen. In feite zijn ze al sinds hun vlucht noordwaarts in 1989 niet thuis. Bij vluchteling dacht ik tot voor kort aan mensen die tijdelijk hun huis ontvluchten om dan na een jaar of wat weer terug te keren. De realiteit is dat vluchtelingenkampen soms decennia voortbestaan en dat hele generaties er opgroeien.

De pater en zijn verplegers lopen wat hutten af om te controleren hoe het met mensen gaat. Niet goed. Een vrouw ligt met onbehandelde malaria op bed, een andere vrouw is blind door ziekte. Het vreemde is dat ze vrij veel spullen hebben en dat de hutjes van binnen op een manier best knus zijn. Vrolijke kinderen spelen wat rond met eenvoudig speelgoed en mannen zitten zacht wat te praten. Maar wat de situatie deprimerend maakt, is het gebrek aan hulp vanuit de overheid en de onzekere afwachting in het algemeen. Drinkwater wordt verkocht door jonge jongens die op een door een ezel voortgetrokken oliedrum door het kampje rijden. Hoe de families aan geld voor eten en water komen is onduidelijk: sommigen schijnen als dagarbeider te werken maar iets zegt me dat de prijs van arbeid hier niet heel hoog is.

We delen suiker uit en betalen een ezelkar water. Afval waait tegen de hutjes aan. Hoop is er wel. In één van de hutjes wordt ik aangespoord een kindje vast te houden, Infisal heettie. Hij is nog geen maand oud en grijpt met zijn kleine armpjes in de lucht. Infisal betekent separation, afscheiding. Veel baby´s die na het referendum geboren zijn, worden zo genoemd. Een rare vrouw komt steeds op ons toe en begint dan in een hoge en nasale stem een Bijbels lied te zingen. Anderen vallen eerst schoorvoetend en dan vol overgave in. Een van de verplegers vertelt me dat ze zingt van het land van melk en honing. Het Zuiden. Ze zijn op weg terug en hebben bergen hoop.